Bouwsysteem Bouwvliet, het einde van een lange ontwikkeling

Een serie over systeemwoningen -28-

Het begin van het einde

In de tweede helft van de jaren zestig van de vorige eeuw was de systeembouw op haar hoogtepunt en tegelijkertijd was het einde zeer nabij. Na 1970 pasten de meeste aannemers bij grotere woningbouwcomplexen gietbouw toe, in combinatie met prefab-elementen. In 1974 begon uiteindelijk geleidelijk de massale sluiting van de woningfabrieken. De systeembouw was als het ware aan het einde van haar geschiedenis.

De introductie van het bouwsysteem Bouwvliet moet daarom in het licht beschouwd worden dat de toekomst van de bouwsystemen er nog rooskleurig uitzag. Iedereen rook nog volop kansen. Niet vreemd, als we beseffen dat tot 1974/1975 de nieuwbouwproductie van woningen elk jaar met gemiddeld 5 à 10 duizend woningen toenam en dat de woningnood volksvijand nummer één was. In dit spanningsveld is het bouwsysteem Bouwvliet ontstaan in samenwerking tussen bouwbedrijf ‘Van Vliet en Van Dulst’ en architect Maaskant. Een groot elementensysteem dat de prefabricage verder moest optimaliseren. In deze samenwerking was het succesvolle bouwsysteem ‘Pronto’ al vijftien jaar een belangrijk aanbod op de woningmarkt. Uiteindelijk zijn er van het bouwsysteem Bouwvliet zo’n 2 à 3 duizend woningen gebouwd, verspreid over Noord-Brabant en Zeeland (1).

Grote elementen, een verregaande optimalisatie

In de meeste projecten van Bouwvliet bestaat de onderbouw uit kleine bejaardenwoningen (bruto 10,30 x 5,00 m) met daarboven ruime maisonnettes, in twee lagen en een zolderruimte.
Kenmerkend voor dit bouwsysteem is dat er gebruik werd gemaakt van grote rechthoekige kokerelementen van middelzwaar beton, verdiepingshoog. De breedte is kamerbreed en de diepte varieert van 90 tot 125 cm. Deze elementen werden in het werk met een kraan achter en op elkaar gestapeld (2). Prefabricage domineert dit systeem. Dit geldt zowel voor het casco als voor de langsgevels, die opgebouwd zijn uit vooraf vervaardigde houten montagepuien. Bij de montage stond de ‘eigen’ torenkraan, die de montage ondersteunde, centraal.

De tijdgeest in het verleden en nu

De maisonnettes zijn ruim bemeten. De bejaardenwoningen, zoals ze in het verleden werden genoemd, zijn naar de huidige maatstaven te krap (bruto 50 m2). De meeste projecten zijn in de afgelopen decennia opgeknapt, waarbij de oorspronkelijke architectuur niet altijd even respectvol behandeld is.
In veel gevallen is de bejaardenwoning vergroot en uitgebouwd ter plaatse van het balkon van de bovengelegen maisonnette en is een berging toegevoegd. Veelal is de oorspronkelijke heldere, moderne architectuur ook enigszins vervormd. Zoals zo vaak bij de aanpak van de naoorlogse woningbouw gangbaar is, wordt het beeld teveel als een kleurenspel beschouwd of opgevat als een invulling van vlakken. Er is nog te weinig oog voor de eigenheid van de oorspronkelijke architectuur. De aanpak is dan een modeverschijnsel en versterkt de levensduur en eigenheid niet, zoals dat ook bij de kwaliteitsaanpassing van Bouwvliet zichtbaar is.

Bronnen/verwijzingen

(1) ‘Woningvoorraad 45-75’, R. Lijpers e.a., Delft, 1984
(2) ‘Niet-traditionele woningbouwmethoden in Nederland’, H. Priemus e.a., Rotterdam, 1971
(3) Voor zover bekend, zijn met dit bouwsysteem drie woningtypen gebouwd:
– Eengezinswoningen
– Maisonnettes, in combinatie met bejaardenwoningen
– Maisonnettes (dubbel)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *