Nominatie Hollands-Ontwerp Award 2011: ‘CONDITIES VOOR PARTNERING BIJ WONINGVERBETERING DOOR CORPORATIES’

Naam: David Wattjes
Instelling: Technische Universiteit Delft

Op zoek naar kritische succesfactoren voor de toepassing van partnering in de praktijk

 De Nederlandse woningcorporaties besteden jaarlijks ruim 5 miljard aan woningverbetering. Hiervan gaat op jaarbasis ruim 0,5 miljard verloren aan faalkosten, welke veelal veroorzaakt worden door communicatieproblemen. De complexiteit van deze opgave en de stroef lopende bouwprocessen zorgen er voor dat het niet eenvoudig is voor woningcorporaties om te voldoen aan de kwalitatieve vraagstukken rondom goed wonen.

Er is een sterke behoefte aan verbetering van de samenwerking binnen de corporatiesector om de woningverbeteringsopgave effectief en efficiënt aan te pakken. In de internationale constructieliteratuur wordt bij ‘relationeel samenwerken’ tussen partijen precontractueel samengewerkt, het contract (‘contracting’) is de uiteindelijke formalisering van de betreffende samenwerking. Relationele samenwerking is een benadering die in Nederland vaak als innovatieve contractvorm beschreven wordt, Publiek Private Samenwerking (PPS) is hier een bekend voorbeeld van. Partnering is een veelbelovende nieuwe projectbenadering uit de internationale constructie literatuur en sluit aan op de wijze waarop corporaties hun renovatieprojecten organiseren. Partnering houdt een vroege- en integrale samenwerking tussen partijen in. Bij partnering worden belangrijke partijen, zoals: adviseurs, huurder/gebruiker, gespecialiseerde aannemers en toeleveranciers, nadrukkelijk aan het begin van de ontwerpfase bij projecten betrokken. De samenwerking vindt plaats in een coöperatieve cultuur, waarbij kennis en kunde in vertrouwen op de werkvloer gedeeld wordt. Internationaal onderzoek van Chan4 beveelt condities aan die van kritisch belang zijn om partnering succesvol toe te passen. Wanneer aan deze condities zorgvuldig invulling wordt gegeven, verhoogt dit de kans op succesvolle partnering. Dit heeft geleid tot de volgende hoofdvraag:

‘Welke condities zijn van belang voor een succesvolle toepassing van partnering bij woningverbeteringsprojecten door woningcorporaties in Nederland en welke resultaten zijn hiervan te verwachten?’

Om de door Chan aanbevolen condities te toetsen op de Nederlandse praktijk zijn twee cases geselecteerd waarbij er volgens eerdere beschouwing gewerkt wordt volgens de principes van partnering. Om na te gaan of de condities volgens Chan relevant zijn voor de Nederlandse praktijk is aan de hand van twee casestudies partnering als projectbenadering in Nederland onderzocht. De eerste casestudy is ketensamenwerking bij Woonwaard en de tweede casestudy is de bewonersparticipatie bij Eigenhaard bij project De Koningsvrouwen van Landlust.

Beide casestudies scoren goed op betreffende resultaat gebieden, zie tabel 1. Wat verder bij de casestudy van Woonwaard opvalt is dat er aanzienlijke op transactiekosten is bespaart en meer budget zekerheid hebben (geen discussie ‘achteraf’ over prijzen). Woonwaard werkt nu met minder fte’s en realiseert meer omzet. Daarnaast is Woonwaard er dit jaar in geslaagd om een realistisch 5 jarig onderhoudsplan te maken voor haar gehele portefeuille.
Het resultaat van het onderzoek is de ontwikkeling en aanbeveling van de Partnering Gerbera voor de Nederlandse praktijk bij woningverbetering. De in het onderzoek ontwikkelde partnering Gerbera is bruikbaar als checklist, op deze wijze wordt de kans op succes met partnering bij woningverbetering vergroot.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *