Tagarchief: PAMFLET renovatie als hollands-herontwerp

SmartRenovatie 2.0, een betaalbaar en comfortabele woning voor iedereen

Auteur: Yuri van Bergen

Het maakt eigenlijk niet uit via welke aanvliegroute je een gesprek begint over de Nederlandse woningbouw. Binnen enkele minuten ligt het woord ‘betaalbaar’ al op tafel. Van conceptuele nieuwbouwwoningen tot het renoveren van complexen met ketenintegratie, naar het uitstellen van collectief planmatig onderhoud tot het moment van de klant. Iedereen die werkzaam is in de sector zal meer werk moeten verzetten met minder geld.

Nu is dit natuurlijk geen lekker begin voor een verhaal op een blog die gaat over de vernieuwing in de bestaande bouw. Je zou bijna door alle beperkingen gaan spreken over een ‘crisis’. Maar dit verhaal zal niet gaan over het zien van de beperkingen. Dit verhaal zal gaan over de mogelijkheden, met een betaalbare woning als centrale opgave. Een geestelijke oefening voorafgaand aan de ontwikkeling van een tweede generatie woningen. Een woning die betaalbaar en comfortabel is, een SmartRenovatie 2.0 voor iedereen (1).

Verder lezen

Nieuwe selectiemethoden vereisen studie vooraf

Auteurs: Martin Liebregts en Yuri van Bergen

Programmastudie, een creatieve puzzel

Een programmastudie richt zich op de samenhang tussen de huidige en toekomstige vraag en het aanbod. De integraliteit bestaat eruit dat alle aspecten (kwaliteit, kosten, sociaal) op alle schaalniveaus in hun context beschouwd worden en geïllustreerd worden via concepten ofwel varianten. Het is een mond vol om te zeggen dat het programma het resultaat is van een ontwerpproces, waarbij alle onderdelen met elkaar in verband worden gebracht om de gewenste kwaliteitsaanpassing te verbeelden. Een programma is geen optelsom van prestaties, maar is vooral een waardering en/of keuze die illustreert waarnaar gezocht wordt. Het is een combinatie van vastomlijnde prestaties en een verhaal over de toekomst. Bijgevoegde figuur laat de puzzelstukjes zien en geeft de stappen aan, die bij een programmastudie gezet worden. Een programmastudie is een zoektocht en een creatieve puzzel, waarbij gebruik gemaakt wordt van alle benodigde disciplines. In wezen is hier bij de kwaliteitsaanpassing van de bestaande (woning)bouw allereerst een conceptontwikkelaar aan het werk, die via inventarisatie en analyse poogt mogelijkheden te verbeelden met de bijbehorende consequenties. Tijdens zo’n creatief proces zoekt de conceptontwikkelaar draagvlak voor het toekomstbeeld bij de betrokken partijen. Voor zover er sprake is van een groepsproces, is dit toch vooral bedoeld om het speelveld in kaart te brengen.

Verder lezen

Innovatie is meer dan documenteren

Een serie van artikelen over innovatie, van achter naar voren om een andere kijk te ontwikkelen…deel 6

Auteurs: Martin Liebregts en Yuri van Bergen

De geluiden over extra investeringen in innovatie komen wekelijks aan bod in de krant. Of het nu ASML, Samsung, Intel of Audi betreft. Ook nu stond in de NRC van 21 januari 2012 weer een aardige column, getiteld: ‘Barometer van de conjunctuur?’ De teneur van het verhaal was toch dat technologische vernieuwing de sleutel tot succes is. In de kantlijn werd verwezen naar Joseph Schumpeter, een Oostenrijkse econoom uit de vorige eeuw, die betoogde dat bedrijven die zich niet weten te vernieuwen door creatieve destructie worden weggevaagd. Onder creatieve destructie verstond Schumpeter volgens deze column ‘een proces van voortdurende innovatie, waarbij succesvolle toepassingen van nieuwe technieken de oude vernietigen.’ Volgens Schumpeter is technische innovatie de enige werkelijke bron van economische groei.

Verder lezen

Pamflet, Renovatie als Hollands-Herontwerp

Door: Martin Liebregts en Yuri van Bergen

De traditie van de Nederlandse woningbouw nodigt uit om op een niet orthodoxe wijze naar de kwaliteitsaanpassing ervan te kijken. De stringente bemoeienis van de overheid in de vorige eeuw met de woningbouw en de overal terugkerende rijtjeswoningen, vragen om een projectoverstijgende benadering, waarbij vooral ruimte wordt gegeven aan maatwerk en individuele keuze. De naam van het boek: ‘Pamflet, Renovatie als Hollands-Herontwerp’ poogt dit thema te vangen.

Het gaat dus om de zoektocht naar de serie van één, waarbij nieuwe samenwerkingsvormen een ondersteuning kunnen zijn voor de gewenste en noodzakelijke productinnovatie. Laat deze publicatie, waarbij de huidige koplopers in de markt tonen hoe het aanbod er op dit moment bij staat, een startpunt zijn voor de noodzakelijke versnelling.

BouwhulpGroep

Voor meer informatie klik hier

Het nieuwe renovatieaanbod: tussen kringloopdenken en productinnovatie

Auteur: Martin Liebregts en Yuri van Bergen

Kringloopdenken richt zich op het streven om de kwaliteitsaanpassing van de bestaande woningvoorraad uit te voeren met een zo gering mogelijke milieubelasting en zoveel mogelijk hergebruik van materialen. Juist dit onderscheidt de renovatie structureel van de vervangende nieuwbouw. Het gaat dan dus om optimaal de mogelijkheden van de bestaande voorraad te benutten.
In de huidige markt van het renovatieaanbod van bouwbedrijven spelen de volgende thema’s rond het kringloopdenken in de visies een rol:

  • Reductie van verspilling: minder faalkosten door integratie van de processen van de diverse partijen.
  • Meer prefabricage en denken in montage en demontage.
  • Reductie van de verkeersbeweging bij verbouwen.
  • Continuïteit bij de kwaliteitsinstandhouding in de tijd.
  • Meer oog voor het gebruik, de vraag en de sociale duurzaamheid.

En natuurlijk krijgen energiebesparing en reductie op de exploitatiekosten een belangrijke rol toegewezen, maar die worden verwoord door nadruk te leggen op de continuïteit in de tijd. (total cost ownership)
Op zich niets schokkends op het eerste gezicht. Maar als dit de opgave voor de kwaliteitsaanpassing van de voorraad is, dan is er de komende periode sprake van een aardverschuiving. Het denken over de opgave verandert er structureel mee. Totaal nieuwe oplossingen staan ons te wachten.
In dit artikel wordt de praktijk ten aanzien van Slim&Snel, Integraal en Betaalbaar nader belicht en van commentaar voorzien. Gepoogd wordt zo contouren voor een toekomstig duurzaam renovatieaanbod te schetsen. De inhoud is mede gebaseerd op wat een twintigtal bouwbedrijven hebben geformuleerd als specificaties van hun vernieuwd aanbod. (1)

Verder lezen

Projectoverstijgend renovatie-aanbod heeft een vraag nodig

Auteur: Martin Liebregts en Yuri van Bergen

Volop ruimte
Het woningaanbod kent veel overeenkomsten, mede door de ingrijpende bemoeienissen van de overheid met de totstandkoming in de afgelopen honderd jaar. En nog steeds doen we in de praktijk van de kwaliteitsaanpassing of elk project en elke woning uniek is. Natuurlijk zijn er veel verschillen te noemen in grootte, onderhoudsgeschiedenis en aanpassingen in de tijd, maar dat hoeft nog niet tot een structureel ander aanbod voor kwaliteitsaanpassing te leiden. Een sprekend voorbeeld is de keuken. Op een reeks kleine onderdelen zijn er uiteenlopende verschillen te noemen tussen het keukenaanbod in Nederland. Toch voorziet het aanbod op de markt door modulering en standaards met passend maatwerk in de vraag van alle dag. Er is geen keukenleverancier die voortdurend hamert op de verschillen, maar eerder op de overeenkomsten ervan. En als we de bestaande woningbouw nader bekijken, dan zijn er veel overeenkomsten, niet alleen op het niveau van de keuken. Ondertussen lijken de rijtjeswoningen veel op elkaar. Zijn de portieken uit de periode 1955-1975 bijna kopieën van elkaar, evenzo de galerijwoningen. Er zijn ca. 1,4 miljoen doorzonwoningen, een groot deel van de grondgebonden woningen bezit een pannen zadeldak en bijna alle woningen van na 1920 hebben als gevel een spouwconstructie, waarbij (dragend) binnenblad en buitenblad gescheiden zijn. Gezien de eigenschappen van de woningvoorraad is er volop ruimte voor een aanbod dat een project overstijgt.

Verder lezen

Met een dak wordt lucht ruimte

Door: Yuri van Bergen en Karleun Liu

De economische en culturele ontwikkelingen in de maatschappij zorgen ervoor dat eisen, die aan een woning worden gesteld, voortdurend wijzigen. Bijvoorbeeld het dak dient niet langer enkel als beschermer tegen weer en wind, maar moet een oplossing bieden voor het besparen van energie, opwekken van energie, hergebruik van hemelwater en ruimte bieden voor slapen of hobby(1).

Nederland telt 7,1 miljoen woningen, waarvan circa 2,3 miljoen in bezit zijn van woningcorporaties. In Nederland domineert de eengezinswoning en zij omvat circa 70 procent van het totale bezit. Uit de periode 1950–1975 gaat het om ruim 2,5 miljoen woningen, waarvan circa 1,5 miljoen in de categorie doorzon vallen. Dat is meer dan 100 miljoen vierkante meter dak!
Het aantal partijen dat zijn diensten voor het dak aanbiedt, is gegroeid van één naar een keten van hoofd- en nevenaannemers. Samen met de opdrachtgever wordt iedere keer gezocht naar de technische en logistieke oplossingen, specifiek voor het complex. Voor de eindgebruiker is de werkwijze onnodig duur, met veel overlast, weinig keuzemogelijkheden en veel risico’s op kwaliteitstekortkomingen.

Alliantie Dak+(2) denkt met het zichtbaar en haalbaar maken van nieuwe perspectieven een aanzet te hebben gegeven voor een slim, integrale en betaalbare oplossing voor het renoveren van daken. Er wordt een oplossing geboden voor het isoleren van hellende daken van doorzonwoningen uit de periode 1950–1975. Hierbij kan door middel van styling en tuning aan de specifieke wensen van beheerder en gebruiker gehoor kan worden gegeven.

Verder lezen

van systeemwoning naar concept: een ogenschijnlijke herhaling

door: Martin Liebregts en Yuri van Bergen

Een serie over systeemwoningen -1-

De tijd leert het ons

In de periode 1950-1979 zijn er in Nederland ca. 450 duizend systeemwoningen gebouwd (ongeveer 15 procent van de totale woningproductie van die tijd), die vaak de naam dragen van de oorspronkelijke bouwers (ERA, WILMA, MUWI etc.). Het zijn nog steeds merken die aanduiden wat de specifieke kwaliteit van de woningen is. Het waren niet alleen bouwers die zich verbonden met dergelijke producten. Ook de bekende ‘moderne’ architecten droegen – vooral in de beginfase – hun steentje bij en gaven er hun naam aan. In de tweede fase, vanaf medio jaren zestig, is het steeds meer een ‘aannemersbouw’ geworden. Het uiterlijk kwam enigszins op de achtergrond te liggen. In die periode lag steeds meer het accent op de technische kwaliteit en het te realiseren comfort in grote hoeveelheden, in plaats van op uitstraling en identiteit. De serie van veel domineerde, terwijl we nu op zoek zijn naar de serie van één. Als we nu terugkijken in de tijd, wat kunnen we er dan van leren?

Verder lezen

Actiefhuis morgen gangbaar (2): de Toyota Prius als metafoor

Door: Martin Liebregts en Yuri van Bergen

De afgelopen vijftig jaar hebben zich grote veranderingen voorgedaan in het energiegebruik in de woning. In principe werd er geleefd met de cyclus van de dag en van de seizoenen. In de jaren vijftig gingen de bewoners relatief vroeg naar bed. Veelal als de duisternis intrad. En voor zover er ’s avonds geleefd werd, betrof het veelal één vertrek met verlichting en verwarming. Het aantal elektrische apparaten bestond uit niet meer dan een eenvoudige wasmachine, een stofzuiger, een strijkijzer, een radio en, ingeval van het ontbreken van gas, een elektrisch fornuis. Het elektrisch fornuis werd tijdens het stookseizoen ingeruild voor de plattebuiskachel in de woonkeuken. Het elektraverbruik lag beneden de 500 kWh en de verwarming, uitgedrukt in kWh, bedroeg ook minder dan 2.000 kWh. In totaal ging het om zo’n 2.500 kWh equivalent. Nu, vijftig jaar later, is dit meer dan verdrievoudigd, ondanks allerlei energiebesparende maatregelen.

Verder lezen

Het pamflet dat oproept tot een serie van één

De woningbouw staat voor een gigantische opgave. De huidige voorraad moet de komende decennia aangepast worden aan de eisen van de eenentwintigste eeuw. Over vijftig jaar zal de woningbouw in Nederland voor een groot deel bestaan uit de huidige zeven miljoen woningen in een aangepaste versie.

Een groot probleem op termijn zal de beschikbare arbeidscapaciteit voor de totale woningbouw zijn. De verwachting is dat nieuwbouw de komende twintig jaar op het huidige peil blijft. Een deel (55 procent) is voor uitbreiding en het resterende deel voor vervanging. De toename van onderhoud en renovatie leidt bij de huidige wijze van productspecifiek produceren tot twee essentiële problemen:

  • Een ongunstige kosten-/kwaliteitsverhouding (te duur in relatie tot nieuwbouw);
  • Een te groot beslag op de beschikbare arbeidscapaciteit.

De verhouding loon-materiaal bedraagt bij renovatie 60:40 en is het omgekeerde van nieuwbouw. Gezien de te verwachten groei van de onderhouds- en renovatiemarkt, zal de komende vijftien tot twintig jaar de arbeidscapaciteit op de bouwplaats met 50 procent moeten stijgen of zelfs verdubbelen. Dit is gewoon onmogelijk.

Nieuwe vormen van samenwerking ontstaan en er verschijnen partijen op het toneel met een gericht aanbod om de kwaliteitsaanpassing succesvoller te laten verlopen, in de vorm van projectoverstijgende oplossingen. Om de problematiek te schetsen en visie op de toekomstige ontwikkelingen te geven heeft de BouwhulpGroep hiervoor in samenwerking met de SEV een notitie opgesteld met als titel: ‘PAMFLET: Woningbouw als Hollands-Ontwerp’.

Verder lezen